Pensioenopbouw

Wie gaat het Belgisch pensioen betalen?

Belgisch pensioen is gebaseerd op het repartitiestelsel.

 
Zal de "Staat" de wettelijke pensioenen in de toekomst nog kunnen betalen?
Voorzichtig antwoord : waarschijnlijk niet. Men kan zonder te overdrijven stellen dat de financiële perspektieven van ons huidig pensioenstelsel zorgwekkend zijn. Vooreerst dient nogmaals vermeld te worden dat de pensioenen van een bepaald jaar gefinancieerd worden met de bijdragen van de actieve bevolking van datzelfde jaar(=repartitiestelsel of repartitiesysteem). Er worden in principe geen reserves aangelegd. Wat in een bepaald jaar binnen komt van de actieve bevolking wordt onmiddellijk uitgekeerd aan de gepensioneerde bevolking. Aan de basis van de zorgwekkende financiële toestand van het Belgisch pensioenstelstel liggen een aantal factoren, waarvan hieronder enkele zeer bondig worden omschreven.

De toenemende vervanging van forfaitaire lonen door reële lonen.


Bij de berekening van het pensioen wordt rekening gehouden met de inkomsten die tijdens de verschillende jaren van de loopbaan werden verdiend. Sinds 1955 (voor arbeiders) en 1957 (voor bedienden) worden deze pensioenen berekend op basis van hun werkelijk verdiende inkomsten, terwijl in die jaren ervoor berekend werden op basis van relatief lage forfaitaire lonen. Bij zelfstandigen stelt men een gelijkaardige evolutie vast. Sinds 1984 worden ook daar de (lage) forfaitaire lonen vervangen door de werkelijk verdiende lonen.
Bij de berekening van de toekomstige pensioenen zal er meer en meer rekening dienen gehouden te worden met de werkelijk verdiende lonen, en dus minder met de (lagere) forfaitaire lonen. De totaal te betalen
wettelijke pensioenen stijgen dus geleidelijk aan, wat de nodige druk brengt op het pensioenstelsel.

De ontdubbeling van de gezinspensioenen, toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt.


In principe wordt een gezinspensioen van een werknemer berekend op basis van 75 % van de tijdens zijn loopbaan verdiende loon. Een pensioen als alleenstaande wordt berekend op basis van 60 % van het tijdens de loopbaan verdiende loon. Een gezin waarbij zowel man als vrouw recht hebben op een pensioen, kan kiezen voor twee pensioenen als alleenstaande in plaats van voor één gezinspensioen. Meer en meer vrouwen bouwen inderdaad pensioenrechten op. In een eerste fase is dit positief voor het pensioenstelstel, want de actieve bevolking die bijdragen betaalt vergroot. Het effekt van deze eerste fase is voorbij, en meer en meer - in een tweede fase - zullen deze vrouwen ook hun pensioenrechten krijgen. Meer en meer gezinnen zullen afzien van het gezinspensioen, en twee pensioenen als alleenstaanden vragen. Dit zal leiden tot een belangrijke stijging van de totale pensioenmassa.

De demografische evolutie.


Er wordt een langere gemiddelde levensduur en een nagenoeg stagnerende nataliteit vastgesteld. De groep van gepensioneerden zal dus in omvang sterker toenemen dan de groep van de actieve bevolking. In een repartitiestelstel betekent dit dat de groep van zij die bijdragen betalen stagneert (of verkleint), en de groep van zij die recht hebben op een pensioenuitkering vergroot. Uit bepaalde berekeningen blijkt dat tegen het jaar 2030 de groep van gepensioneerden evengroot zou kunnen zijn als de groep van de reële actieven. Uiteraard schept dit ernstige financieringsproblemen.

De economische situatie : werkloosheid.


Wanneer er wordt vastgesteld dat de groep van de actieve bevolking eerder stagneert, stelt men daarenboven ook vast dat in periodes van werkloosheid de groep van de actieve bevolking die daadwerkelijk bijdragen betaalt nog kleiner wordt. De werklozen dragen immers niet bij tot de financiering van het pensioenstelstel. Hierbij kan nog opgemerkt worden dat de werklozen hun volledige pensioenrechten behouden. Tijdens de perioden van werkloosheid worden de pensioenrechten immers opgebouwd op basis van de werkelijk verdiende lonen van de periode voordat zij werkloos waren. En dit onbeperkt in de tijd...

Toenemend aantal ambtenaren.


Het pensioen van ambtenaren wordt in principe berekend op het gemiddelde loon van de 5 laatste jaren van de beroepsloopbaan, en niet op het gemiddelde van de gehele beroepsloopbaan zoals dit bij de werknemers en de zelfstandigen gebeurt. Verder worden de pensioenen van de ambtenaren niet geïndexeerd zoals bij de werknemers of de zelfstandigen, maar worden ze gekoppeld aan de stijging van de lonen van de actieve ambtenaren. De lonen stijgen gemiddeld sneller dan de index der comsumptieprijzen. Gemiddeld zijn de ambtenarenpensioenen dus ook hoger dan voor werknemers of zelfstandigen. Door de sterke groei van het aantal ambtenaren in verhouding tot de totale beroepsbevolking, zal ook het aantal gepensioneerde ambtenaren in verhouding tot de tale gepensioneerde bevolking stijgen. Ook dit zal uiteraard een verhoging van de financieringskost van het pensioenstelsel teweegbrengen.

Is er een oplossing?


Het is onmogelijk om alle aspecten volledig te beschrijven en om de verschillende aspecten in een voldoende detail te analyseren. Bedoeling is wel een eerste inzicht te scheppen in de ernst van het financieringsprobleem van het wettelijk pensioenstelsel, en bijgevolg te onderlijnen dat het onvermijdelijk is dat deze problemen worden aangepakt.
Denk ook aan de pensioenstudie waarbij België bijzonder slecht scoort, in België stopt men gemiddeld op 59 jaar met werken. Dit is de laagste leeftijd van alle OESO-landen.
Velen zullen ook akkoord zijn dat het onmogelijk is om de bijdragen van de actieve bevolking nog te verhogen. De sociale- en (para-)fiscale lasten zijn nu reeds sterk arbeidsvernietigend, en dienen dus eerder te verminderen.
Bijgevolg rest er enkel de mogelijkheid van een fundamentele herstructurering van het pensioenstelsel. Hierbij kan misschien gedacht worden aan een veralgemening en een nivellering van de pensioenen. Een systeem waarbij in principe iedereen onvoorwaardelijk recht krijgt op een "gewaarborgd minimum inkomen voor bejaarden", gekoppeld aan voorzieningen waarbij de toegangsdrempel voor medische verzorging, bejaardentehuizen,... voor iedereen haalbaar wordt. Een minimale regeling noodzakelijk om menswaardig te "overleven".
In dit systeem zal er dus geen verband meer zijn tussen het inkomen uit de actieve beroepsloopbaan en het bedrag van het pensioen. Er zullen in dit systeem geen hoge pensioenen meer bestaan. Enkel nog minimum-pensioenen. Het wettelijk pensioenstelstel zou hierbij dus eerder opgevat worden als een echt "vangnet", een garantie voor een menswaardig bestaan. Tot op heden werd het pensioenstelsel o.i. te veel beschouwd als een "hangmat". Als een systeem dat alle financiële zorgen voor de oude dag regelde.
Voor de financiering van het "vangnet"lijkt het aanvaardbaar dat de verschillende generaties "verplicht solidair" zijn met elkaar, en waarvoor de actieve bevolking dus ook een minimale bijdrage dient te leveren.
Voor de "hangmat", het extra-inkomen dus, kan o.i. de gemeenschap niet verantwoordelijk gesteld worden. Het individu dient zelf zijn verantwoordelijkheid op te nemen, en niet al zijn behoeften af te wentelen op de Staat (de gemeenschap). Wel lijkt het zinvol om de individuele opbouw van dit extra-inkomen extra te stimuleren via o.a. een geloofwaardige fiscaliteit en een stabiel juridisch kader. Deze stimulering van het "lange termijnsparen" en "pensioensparen" is zowel aantrekkelijk omwille van macro-economische redenen als vanuit een sociaal oogpunt.

 

Contactgegevens

Zakenkantoor Erwin Viaene bvba
Verzekeringsmakelaar
Constant Permekelaan 59
8490 Jabbeke
FSMA n° 011276 Ondernemingsnr : 0436379739

Tel 0902/33.503   €1/min

info@zev.be

Copyright © 2017 Zakenkantoor Erwin Viaene - Webconcept by Nextmove - Disclaimer